KINDERBOEKWINKELPRIJS 2005
De Kinderboekwinkelprijs gaat naar het boek dat volgens de Samenwerkende Kinderboekwinkels in 2005 zeker een prijs had moeten ontvangen:

Tekst Tjibbe Veldkamp
Illustraties Kees de Boer
Uitgeverij Van Goor
ISBN: 90-00-03558-9
Tim moet van zijn vader op de stoeptegels blijven. Dat doet hij braaf. Ook als stratenmakers de tegels op een vrachtauto tillen. Ook als de vrachtauto wegrijdt. Zelfs als een hijskraan de tegels de lucht in tilt.
Met de Kinderboekwinkelprijs willen we, na de kinderboekenweek met de uitreiking van de Griffels en Penselen, waardering uiten voor het kinderboek dat volgens hen ten onrechte niet bekroond is. De uitreiking vond plaats op 17 februari 2006 in een tram die dwars door Rotterdam reed. Kees en Tjibbe kregen een prachtige beker en waren zeer verguld met hun prijs!
Voor nog meer Tjibbe Veldkamp kun je terecht op zijn site.
Je kan een mooie kleurplaat downloaden door op de tekening links te klikken.
Op de site van Tjibbe kan je er meer vinden.
Veel plezier ermee!
JURYRAPPORT
"Prentenboek 1. boek met prenten (in 't bijz.) boek met prenten, onderschriften en versjes voor kinderen." In dit summiere woordenboeklemma zullen de meesten van ons zich wel kunnen vinden. De verrassing komt als we verder lezen bij "2. (fig., scherts.) wonderlijke figuur, rare snuiter." In 'Tim op de tegels' gaan beide betekenissen soepel in elkaar over. We hebben te maken met een prentenboek en er loopt minstens één rare snuiter in het verhaal rond: een enigszins kalende, bebrilde, besnorde en licht neurotische man, de vader van Tim. Die heeft het veel te druk met zijn tweevingerig typewerk om met zijn zoontje naar buiten te gaan. Tim moet zichzelf vermaken, als hij maar op de stoeltegels blijft. Uit het verloop van het verhaal zal blijken dat Tim die vermaning wel heel letterlijk neemt. In de straat wordt een nieuw trottoir gelegd en vanaf een stapel tegels kijkt Tim prinsheerlijk toe. Als de stratenmakers gaan opruimen weigert hij zijn plekje te verlaten want hij moet op de tegels blijven Op de vraag "Van wie?" is zijn antwoord "Van mijn vader". Met een "Dan is het goed" laden de stratenmakers de tegels met Tim op de vrachtwagen die vervolgens naar de haven rijdt. Alle mensen met wie Tim te maken krijgt, de vrachtwagenchauffeur, de havenarbeiders en de scheepskapitein, laten hem zonder aarzelen op zijn stapeltje tegels zitten als ze horen dat hij dat moet van zijn vader. Intussen is vader die nog net zag dat zijn zoontje op een vrachtwagen de straat uitreed op Tims step een achtervolging begonnen, een paniet rit dwars door de stad heen. Om net te laat in de haven aan te komen waar het schip van wal steekt met Tim op het dek, op de tegels. Een verkeerd ingeschatte sprong en vader ligt in het water om dan door Tim aan boord te worden gehesen. Was 'Tim op de tegels' geen prentenboek geweest maar een film dan zouden bij de laatste scène langzaam aanzwellen terwijl vader en zoon, gezeten op de voorplecht van het schip, de ondergaande zon - of is het de opkomende maan - tegemoet varen.

Met een kleine variatie op een bekend gezegde zou dit hilarische verhaal als ondertitel kunnen hebben: 'Vaders wil is wet', zo vanzelfsprekend schikt iedereen zich naar het herhaaldelijk door Tim uitgesproken adagium: "Ik moet op de tegels blijven -..van mijn vader." Net zo vanzelfsprekend accepteert Tim alles wat hem overkomt.
Dat alles in vrolijke, uitbundige illustraties met een weelde aan details: de opgewonden vader en zijn kalme zoontje, de chaos in het trappenhuis - is er geen moeder? - , de hectiek van de achtervolging - je hoort de opmerkingen van het publiek - , de toenemende staat van ontreddering van de vader. Voor kinderen die het verhaal voorgelezen krijgen zit in de tekst het spannende herhalingselement van "Ik moet op de tegels blijven....van mijn vader" en "Dan is het goed". Zinsneden die ze, zeker bij herhaald voorlezen zelf gaan invullen. En dan die ontroerende slotplaat, die geen woorden nodig heeft: vader en zoon op de voorplecht van het schip, samen op de tegels.
In onze verbeelding zien we op de oever de mensen van de Kinderboekwinkels staan. Ze wuiven en roepen "Goede reis" en "Gefeliciteerd met de Kinderboekwinkelprijs!"
Herman Kakebeeke
Den Haag, oktober 2005